Hoe zorg ik ervoor dat de tekst waarmee ik patiënten informeer over wetenschappelijk onderzoek duidelijk is?

Informeren van patiënten over wetenschappelijk onderzoek is een essentieel onderdeel van de werving voor wetenschappelijk onderzoek. Dit blijkt erg lastig. Informatie wordt vaak niet in begrijpelijke taal aangeboden. Er is hier inmiddels onderzoek naar gedaan en er zijn concrete tips geformuleerd voor duidelijke patiënteninformatie (1).      

De DCRF-werkgroep Proefpersonen heeft een model voor proefpersoneninformatie ontwikkeld (1). Indien uw protocol door een METC of de CCMO wordt getoetst, zal deze commissie in principe verwachten dat u dit model aanhoudt. De volgende algemene tips worden daarin gegeven:

“Perspectief, lengte en taalniveau moeten in lijn zijn met het doel van de PIF: schrijf vanuit het perspectief van de proefpersoon (niet vanuit dat van de onderzoeker). Zorg voor een beknopte en makkelijk leesbare informatiebrief. Het opstellen hiervan is een  vak apart. Gebruik zo mogelijk de expertise van een professionele redacteur, voorlichter of communicatiemedewerker. Laat uw tekst ook proeflezen door een leek die niet inhoudsdeskundig is en bij voorkeur met een VMBO-opleidingsniveau." (1).

De informatiebrief aan de proefpersoon mag maximaal 4000 - 5000 woorden lang zijn. Uitgangspunt is dat de brief is geschreven op VMBO-niveau (1). U kunt de tekst ook laten proeflezen door een patiënt, liefst enkele patiënten (met diversiteit van achtergrond – afhankelijk van de studiepopulatie, maar denk altijd aan verschillende opleidingsniveaus) van de beoogde studiepopulatie. U kunt patiënten o.a. vinden via patiëntenorganisaties (2, 3) of via een gespecialiseerd bureau (4).

Het schrijven van een begrijpelijke tekst is vaak moeilijker dan onderzoekers denken. Het is aan te raden dat genoemde tips in acht worden genomen, dat voorbeelden gebruikt worden en/of dat een gespecialiseerd taalbureau ingehuurd wordt voor het schrijven van de patiënteninformatie (op taalniveau B1). Voor voorbeeldbrieven, zie de CCMO website (5). Bovendien kan ter ondersteuning er ook nog gebruik worden gemaakt van strips of een filmpje. Verschillende instituten hebben eigen informatiefilmpjes ontwikkeld over biobanken (6, 7). Voor kinderen is er een strip ontwikkeld (8, 9). Ook is er een op kinderen en ouders gerichte website over wetenschappelijk onderzoek bij kinderen (10). 

Bronnen

  1. DCRF model proefpersoneninformatie (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)
  2. Website FSHD - Onderzoeksaanvraagprocedure (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)
  3. Website Harteraad - Het College van Ervaringsdeskundigen (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)
  4. Website Ik zoek een patiënt (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)
  5. Website CCMO - Voorbeeld-brieven proefpersoneninformatie (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)
  6. Tumorbank Jules Bordet Instituut Video (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)
  7. Radboud Biobank, Radboudumc Video (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)
  8. Website Irene Cécile - Stripverhaal wetenschappelijk medicijnonderzoek voor kinderen (informed consent) (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)
  9. Website Kind en Zorg - Anne heeft ineens een groene neus (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)
  10. Website Kind en Onderzoek (laatst geraadpleegd op 04-03-2019)

Voor het laatst gewijzigd op 14-02-2019

 

Staat uw vraag er niet bij, neem dan contact met ons op.

 

Contact

Heeft u nog geen ELSI-Servicedesk TOPdesk account?
Vraag deze dan aan door een mail te sturen naar elsiservicedesk@health-ri.nl.

 

Wij gebruiken Topdesk, inclusief subonderdelen zoals Worcade, als onze service management software. Door het stellen van een vraag via de telefoon of e-mail, dan wel door het indienen van het vragenformulier, gaat u ermee akkoord dat de door u verstrekte gegevens worden opgeslagen in Topdesk. Deze verwerking van uw gegevens gebeurt in overeenstemming met het Privacybeleid en de Voorwaarden van Topdesk.


De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg en aandacht samengesteld door experts uit verschillende disciplines. Bij het samenstellen van de informatie is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Er is rekening gehouden met de op het moment van plaatsen geldende wet- en regelgeving en ethische kaders, en de interpretatie daarvan door de personen en/of organisaties die bijdragen aan de ELSI Servicedesk. Ondanks deze zorg en aandacht voor de verstrekte informatie kan deze onvolledig of niet geheel juist zijn. Voorts is het antwoord generiek en is meestal een vertaling nodig naar de specifieke situatie van een bepaald onderzoek. Het ELSI kernteam en de organisaties die bijdragen aan de ELSI Servicedesk kunnen geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de op deze site geboden informatie en het gebruik daarvan.

Meer Informatie voor donoren en patiënten

Hoe moeten patiënten geïnformeerd worden over het hergebruik van gegevens of lichaamsmateriaal voor wetenschappelijk onderzoek?

In de praktijk zijn er nog veel ziekenhuizen die hun patiënten niet of onvoldoende informeren over hergebruik (‘nader gebruik’) van gegevens of lichaamsmateriaal voor wetenschappelijk onderzoek. Er is echter wel steeds meer aandacht voor dit onderwerp. Hoe moeten patiënten geïnformeerd worden over het nader gebruik van gegevens of restmateriaal voor wetenschappelijk onderzoek?

Klik hier voor het volledige antwoord

Hoe kunnen patiënten, donoren en/of burgers geïnformeerd worden over algemene onderzoeksresultaten?

Het gaat hier om algemene onderzoeksresultaten van een groep of gehele onderzoekspopulatie. Het gaat hier niet om bevindingen die mogelijk klinisch relevant zijn voor het individu.

Klik hier voor het volledige antwoord

Hoe kunnen patiënten geïnformeerd worden over lopend medisch-wetenschappelijk onderzoek?

De deelname van patiënten is een vereiste voor het kunnen uitvoeren van veel medisch-wetenschappelijk onderzoek. De benodigde hoeveelheden patiënten worden in veel gevallen niet gehaald, waardoor onderzoeken niet optimaal kunnen worden uitgevoerd. Dit heeft invloed op de voortgang van wetenschappelijk onderzoek. De werving van patiënten is hierbij een knelpunt.

Klik hier voor het volledige antwoord

Hoe moeten patiënten of donoren vooraf geïnformeerd worden over mogelijke nevenbevindingen uit wetenschappelijk onderzoek?

Patiënten en donoren moeten geïnformeerd worden ten aanzien van het gebruik van hun lichaamsmateriaal en data voor wetenschappelijk onderzoek. Een goede informatieprocedure informeert patiënten idealiter ook over de omgang met nevenbevindingen (onder nevenbevindingen wordt verstaan: individuele bevindingen uit wetenschappelijke onderzoek die van betekenis kunnen zijn voor de gezondheid van de donor, die niet vallen binnen het doel van het onderzoek). Een visie van hoe een goede informatieprocedure eruit ziet staat  beschreven in de Code Goed Gebruik.

Klik hier voor het volledige antwoord