Zijn er voorbeelden van (goed) beleid omtrent het terugkoppelen van nevenbevindingen naar patiënten?

Deze FAQ is gebaseerd op een vraag die ingediend is bij de ELSI Servicedesk. Het antwoord op de vraag is volledig afhankelijk van de karakteristieken die hieronder worden geschetst bij de context. U dient zelf in te schatten of het antwoord ook op uw situatie van toepassing is. 

Context

  • De vraagsteller is zelf bezig met de ontwikkeling van een beleid voor het terugkoppelen van nevenbevindingen binnen zijn/haar studie.
  • Het gaat om nevenbevindingen binnen genetisch onderzoek. Onderstaande tekst heeft dus betrekking op genetische nevenbevindingen, maar is mogelijk ook (deels) toepasbaar op andersoortige nevenbevindingen (zoals beeldvorming).

Antwoord

Een voorbeeld van een grote Nederlandse wetenschappelijke studie met een uitgewerkt, publiek toegankelijk beleid op het gebied van nevenbevindingen is de TRIDENT-studie (1). Een ander voorbeeld is het beleid van de afdeling Genetica van het Radboudumc (zie hieronder).

De huidige consensus in Nederland is dat nevenbevindingen in de eerste plaats zo veel mogelijk voorkómen moeten worden (2). De klinische betekenis van nevenbevindingen is immers niet altijd duidelijk, en het terugkoppelen van nevenbevindingen aan onderzoeksdeelnemers kan psychologische en medische risico’s met zich meebrengen.

Het bepalen of bevindingen moeten worden teruggekoppeld wordt veelal gebaseerd op drie overwegingen: de klinische validiteit moet aangetoond zijn, en de aandoening moet ernstig en behandelbaar zijn. Een soms genoemd vierde criterium is dat de aandoening niet op een andere manier, bijvoorbeeld in de gebruikelijke zorg of via bevolkingsonderzoek, tijdig ontdekt zou worden (3,4,5).  Als aan deze drie of vier voorwaarden wordt voldaan, wordt gesproken over ‘categorie 1 bevindingen’ (zogenoemde 'life-saving information of immediate clinical significance'). Actieve terugkoppeling van deze bevindingen is op zijn plaats. Voor de overige categorieën, zoals bevindingen waarvan de klinische betekenis onduidelijk is of bevindingen die betrekking hebben op onbehandelbare aandoeningen, staat actieve terugkoppeling ter discussie.

Sinds 2013 heeft het Amerikaanse ACMG een lijst met genen die soms als uitgangspunt gebruikt wordt voor het vaststellen van categorie 1 bevindingen (6). De overwegingen die gebruikt zijn bij het opstellen van deze lijst zijn vergelijkbaar met de overwegingen die in Nederland gebruikt worden. Toch is er veel discussie over de lijst, bijvoorbeeld over de vraag of de ACMG-afwijkingen in een overigens gezonde populatie vaak genoeg tot ziekte leiden om terugkoppeling te rechtvaardigen (7,8). In de praktijk wordt de lijst in Nederland en in andere Europese landen niet zonder meer overgenomen in terugkoppelingsbeleid.

Voor onderzoekers is het belangrijk te realiseren dat, ondanks het terughoudende beleid in Nederland, patiënten of deelnemers mogelijk wel een terugkoppeling verwachten, ook bij bevindingen die niet in de eerste categorie passen. Goede informatie is dus belangrijk. Momenteel lopen er in Nederland een aantal projecten die proberen bij te dragen aan de harmonisatie van het nevenbevindingenbeleid in Nederland, zoals WGS First (9).

Voor meer achtergrondinformatie over de terugkoppeling van nevenbevindingen zie de FAQ 'Welke individuele bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek moeten aan patiënten/donoren teruggekoppeld worden?'

Voor meer informatie over hoe nevenbevindingen teruggekoppeld moeten worden, zie de FAQ 'Hoe moet je nevenbevindingen terugkoppelen aan de donor/patiënt?' en de handreiking voor het constateren van, omgaan met en informeren over nevenbevindingen voor biobanken in BBMRI-NL (10).

Voorbeeldbeleid: Radboudumc

Het Radboudumc heeft een standaardprotocol ontwikkeld voor het terugkoppelen van nevenbevindingen in een diagnostische setting. Er is een Commissie Nevenbevindingen ingesteld, die gebruik maakt van een stroomdiagram om te bepalen welke nevenbevindingen wel en niet teruggekoppeld worden. Het protocol en het stroomdiagram zijn hier te vinden.

Een belangrijke overweging voor de Commissie bij het bepalen of er moet worden teruggekoppeld, is de vraag of de patiënt vooraf is geïnformeerd over de kans op nevenbevindingen, en of hij of zij toestemming heeft gegeven voor het ontvangen van informatie over nevenbevindingen. Mocht dat namelijk niet zo zijn, dan worden nevenbevindingen bij het Radboudumc in principe niet teruggekoppeld.

In het wetenschappelijk onderzoek probeert het Radboudumc nevenbevindingen zoveel mogelijk te voorkomen. Onderzoekers gebruiken vaak filters waarin varianten uit de ACMG-lijst (6) geblokkeerd worden en dus niet zichtbaar zijn voor de onderzoekers. Mocht er toch een nevenbevinding geconstateerd worden, dan wordt dezelfde procedure gevolgd als bij de bij diagnostiek gevonden nevenbevindingen. De Commissie Nevenbevindingen neemt dan de beslissing om wel of niet terug te koppelen, en laat daarbij de deelnemersinformatie en de getekende toestemming (opt-in/opt-out) zwaar meewegen.

Bronnen

  1. Website Onderzoek van mijn ongeboren kind - Veelgestelde vragen (Laatst gecontroleerd op 20-09-2019)
  2. Van EL et al. (2013). Whole-genome sequencing in health care: recommendations of the European Society of Human Genetics. Eur J Hum Genet 21(6):580-4.
  3. Code Goed Gebruik
  4. Berg et al. (2011). Deploying whole genome sequencing in clinical practice and public health: Meeting the challenge one bin at a time. Genet Med 13(6): 499-504. 
  5. Bredenoord et al. (2011). Feedback of individual genetic results to research participants: in favor of a qualified disclosure policy. Human Mutation 32(8): 861-867.
  6. Kalia et al. (2017). Recommendations for reporting of secondary findings in clinical exome and genome sequencing, 2016 update (ACMG SF v2.0): a policy statement of the American College of Medical Genetics and Genomics. Genet Med 19(2): 249-255.
  7. Green et al. (2013). ACMG recommendations for reporting of incidental findings in clinical exome and genome sequencing. Genet Med 15(7): 565-574.
  8. Burke et al. (2013). Recommendations for returning genomic incidental findings? We need to talk! Genet Med 15(11): 854-859.
  9. Website WGS FIRST - Whole genome sequencing (Laatst gecontroleerd op 20-09-2019)
  10. BBRMI-NL: Handreiking voor het constateren van, omgaan met en informeren over nevenbevindingen voor biobanken in BBMRI-NL. (Laatst gecontroleerd op 20-09-2019)

Verder lezen

Hehir-Kwa, J. Y. et al. (2015). Towards a European consensus for reporting incidental findings during clinical NGS testing. Eur J Hum Genet. 2015 Dec; 23(12): 1601–1606.

 

Staat uw vraag er niet bij, neem dan contact met ons op.

 

Contact

Heeft u nog geen ELSI-Servicedesk TOPdesk account?
Vraag deze dan aan door een mail te sturen naar elsiservicedesk@health-ri.nl.

 

Wij gebruiken Topdesk, inclusief subonderdelen zoals Worcade, als onze service management software. Door het stellen van een vraag via de telefoon of e-mail, dan wel door het indienen van het vragenformulier, gaat u ermee akkoord dat de door u verstrekte gegevens worden opgeslagen in Topdesk. Deze verwerking van uw gegevens gebeurt in overeenstemming met het Privacybeleid en de Voorwaarden van Topdesk.


De informatie op deze website is met de grootst mogelijke zorg en aandacht samengesteld door experts uit verschillende disciplines. Bij het samenstellen van de informatie is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Er is rekening gehouden met de op het moment van plaatsen geldende wet- en regelgeving en ethische kaders, en de interpretatie daarvan door de personen en/of organisaties die bijdragen aan de ELSI Servicedesk. Ondanks deze zorg en aandacht voor de verstrekte informatie kan deze onvolledig of niet geheel juist zijn. Voorts is het antwoord generiek en is meestal een vertaling nodig naar de specifieke situatie van een bepaald onderzoek. Het ELSI kernteam en de organisaties die bijdragen aan de ELSI Servicedesk kunnen geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de op deze site geboden informatie en het gebruik daarvan.

Meer Algemene en individuele bevindingen

Welke individuele bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek moeten aan patiënten/donoren teruggekoppeld worden?

Nevenbevindingen zijn individuele bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek die van betekenis kunnen zijn voor de gezondheid van de donor, en die niet vallen binnen het doel van het onderzoek. Er is in Nederland geen wettelijk kader dat beschrijft welke nevenbevindingen uit wetenschappelijk onderzoek terugkoppeling vereisen. 

Klik hier voor het volledige antwoord

Hoe moet je nevenbevindingen terugkoppelen aan de donor/patiënt?

Onder nevenbevindingen wordt verstaan: individuele bevindingen uit wetenschappelijke onderzoek die van betekenis kunnen zijn voor de gezondheid van de donor, die niet vallen binnen het doel van het onderzoek. We hebben het hier dus niet over terugkoppeling van algemene of individuele resultaten van het onderzoek; die vallen immers wel binnen het doel van het onderzoek.

Klik hier voor het volledige antwoord

Op welke manier kunnen patiënten, donoren en/of burgers geïnformeerd worden over algemene onderzoeksresultaten?

Het gaat hier om algemene onderzoeksresultaten van een groep of gehele onderzoekspopulatie. Het gaat hier niet om bevindingen die mogelijk klinisch relevant zijn voor het individu.

Klik hier voor het volledige antwoord

Hoe moeten patiënten of donoren vooraf geïnformeerd worden over mogelijke nevenbevindingen uit wetenschappelijk onderzoek?

Patiënten en donoren moeten geïnformeerd worden ten aanzien van het gebruik van hun lichaamsmateriaal en data voor wetenschappelijk onderzoek. Een goede informatieprocedure informeert patiënten idealiter ook over de omgang met nevenbevindingen (onder nevenbevindingen wordt verstaan: individuele bevindingen uit wetenschappelijke onderzoek die van betekenis kunnen zijn voor de gezondheid van de donor, die niet vallen binnen het doel van het onderzoek). Een visie van hoe een goede informatieprocedure eruit ziet staat  beschreven in de Code Goed Gebruik.

Klik hier voor het volledige antwoord